Doelstelling

Kinderopvang Ieniemini heeft als Doelstelling het bieden van opvang en speciale zorg die zo dicht mogelijk aansluit bij de situatie thuis. De opvang is klein en knus waardoor er ruimte is voor persoonlijke en individuele begeleiding op maat. Er is ruimte om in te spelen op de persoonlijke behoeften van elk kind op zich. De ontwikkeling van de kinderen wordt daarbij op professionele wijze begeleid en gestimuleerd. Continuïteit voor het kind is daarbij heel belangrijk.

Bij Kinderopvang Ieniemini geven we in een huiselijke omgeving een warme, aandachtige verzorging. Het kind mag zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo ontwikkelen. Wij leveren een bijdrage aan een gezonde ontwikkeling door liefdevolle aandacht te schenken aan het kind en de wereld om hem heen. De individualiteit van het kind is heel belangrijk. Pas als het kind zich veilig voelt kan het zichzelf ontplooien en zijn eigenheid laten zien. Daarom heeft een veilig leefklimaat onze onverdeelde aandacht.

Net als in het eigen gezin spelen de kinderen binnenshuis en in de tuin, maken we regelmatig een wandeling, heeft elk kindje een eigen slaapkamertje waar het lekker kan slapen en voldoende tot rust kan komen. Elke week staat er een knutselwerkje op het progamma. Er word gezongen, gedanst en vollop gespeelt. Bij specialen gebeurtenissen vieren wij een feestje met elkaar.

Pedagogisch klimaat van Kinderopvang Ieniemini

Het is heel belangrijk dat elk kind zich veilig en vertrouwd voelt, zodat het zich bij Ieniemini “thuis” voelt en met plezier naar de opvang gaat! Kinderopvang Ieniemini speelt in op de ontwikkeling van kinderen en staat open voor de eigenheid van elk kind. Wij stimuleren bijvoorbeeld de zelfstandigheid van kinderen, door ze zoveel mogelijk op hun eigen kunnen aan te spreken. Wij bieden de kinderen een uitdagende omgeving, waarin ze op ontdekking kunnen gaan. Kinderopvang Ieniemini gaat uit van wat een kind nodig heeft: elk kind is uniek en wordt ook zo benaderd. Zelfredzaamheid, respect en vertrouwen zijn daarbij sleutelwoorden.

De ontwikkeling van het kind

De ontwikkeling van de motoriek

Ook hier geldt dat elk kind een eigen, unieke ontwikkeling doormaakt. Allerhande speelgoed, spelletjes en het maken van werkjes, het wandelen, buiten spelen op bv de glijbaan, dragen er aan bij dat elk kind zich ook kan ontwikkelen, wat betreft de grove als de fijne motoriek. Wij stimuleren de ontwikkeling van een kind door het een iets moeilijker uitdaging te geven dan dat het heeft laten zien. Is het er nog niet aan toe dan proberen we het later nog een keer.

De sociaal-emotionele ontwikkeling

Door het verblijf van een kind in een groep kan ieder kind zich uitstekend oefenen in sociale vaardigheden, met op de achtergrond een leidster die de grenzen aangeeft. Het kind gaat om met leeftijdgenoten en met jongere en oudere kinderen wat een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling bevordert. Ieder kind heeft zijn eigen eigenaardigheden en daar leren we mee omgaan.

De ontwikkeling van de fantasie

De kinderen wordt spelmateriaal aangeboden met vele mogelijkheden, waardoor de fantasie geprikkeld wordt. Ook het plezier hebben in het maken van kleine werkstukjes is belangrijk. Tijdens het spelen zijn wij zo veel mogelijk op de achtergrond aanwezig. Wij volgen het spel en geven een kleine aanwijzing of helpen even als het nodig is. Ook door het vertellen van kleine verhaaltjes, spelletjes etc. ontwikkeld de fantasie.

Taalontwikkeling

Door de omgang van de kinderen met elkaar en met de leidsters wordt de taalontwikkeling optimaal gestimuleerd. Het zingen van liedjes, gebarenspelletjes en het lezen van boekjes dragen daartoe bij. Als een kind nog niet duidelijk spreekt zullen we steeds proberen het kind te verstaan. Ook hier heeft ieder kind zijn eigen, unieke ontwikkeling.

Dagritme

7.00 – 9.00 uur: We verwelkomen de kinderen en hun ouders. We nemen de tijd om een praatje te maken, en de kinderen die nog geen ontbijt hebben gehad kunnen rustig aan de ontbijttafel gaan zitten.

9.00 uur: Als iedereen er is gaan we met zijn allen wat een groepsactiviteit doen. Op die manier komt er al snel een gezellige sfeer op gang waar we de rest van de dag profijt van hebben!

9.30 uur: De kinderen wassen hun handen. We gaan aan tafel en maken fruit schoon. We eten en drinken met elkaar en houden hierna een toilet verschoon ronde voor we naar buiten gaan.

10.30 uur: We gaan met zijn allen buiten spelen of (afhankelijk van de samenstelling van de groep kinderen) wandelen in de directe omgeving; naar het bos of de heide, de markt of de dierenweide.

11.30 uur: Als we “thuis” komen gaan de grote kinderen plassen en we wassen de handen. Vervolgens dekken we samen de tafel en gaan eten.

12.15 uur: We ruimen de tafel af, wassen handen en snoetjes, doen een verschoonronde en dan gaan de kinderen naar bed. Elk kind heeft een eigen kamertje en zal de rust zeker nodig hebben na een hele ochtend intensief samen spelen, samen delen.

14.00 – 15.00 uur: Niet alle kinderen slapen even lang. Kinderen die genoeg hebben aan een uurtje slaap of rust halen we eerder uit bed. Zij mogen even rustig tekenen, aan tafel spelen of we lezen samen een boekje. De andere kinderen halen we uit bed als ze wakker worden. Ze krijgen de tijd om te proberen zichzelf aan te kleden. Wij verschonen de luiers.

15.30 uur: Wij gaan aan tafel en drinken wat met elkaar (thee of sap) en eten daarbij een rijstwafeltje, yoghurt of een koekje. Bij mooi weer gaan we vaak nog even buiten spelen. Bij slecht weer spelen de kinderen binnen. Afhankelijk van de samenstelling van de groep is dit de tijd om te knutselen, te plakken of te schilderen.

17.00 uur: Vanaf nu worden de kinderen opgehaald. De ouders nemen vaak de tijd om er even bij te komen zitten en rustig de dag samen door te nemen.

Een gevoel voor emotionele veiligheid

Een kind ontwikkelt zich in wisselwerking met zijn omgeving. Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Voor een goede ontwikkeling van een kind is de houding van de begeleider van wezenlijk belang. Deze dient gericht te zijn op een liefdevol en aandachtig begeleiden van de groep en van het individuele kind, zodat de kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. De (pedagogische) relatie die de begeleidster heeft dient, naast affectief en respectvol, bewust van eigen waarden en normen te zijn. De relatie met de begeleidster moet het kind een gevoel van veiligheid, geborgenheid en vertrouwen geven, zodat het kind de omgeving durft te ontdekken en onderzoeken.

Al spelend leren kinderen de “grote mensenwereld” ontdekken. Kinderen ontwikkelen zich in belangrijke mate zelf, maar hebben daar ook hulp en sturing bij nodig. Het belangrijkste dat kinderen nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen is vertrouwen, in zichzelf en in anderen. Dan pas zal hij nieuwe dingen uitproberen en volhouden als het niet direct lukt. Voorop staat dat het kind mag zijn zoals het is; dat er respect is voor de eigenheid van ieder kind.

Een gevoel van zelfvertrouwen draagt bij tot een positief zelfbeeld. In de praktijk betekent dit dat wij inspelen op de behoeften van het kind. Hierbij is het belangerijk dat er snel en adequaat wordt gereageerd op de signalen van het kind waarbij het kind de ruimte krijgt die hij nodig heeft.

De opvangruimte

De inrichting van de opvangruimte is afgestemd op de kinderen. Aan de ene kant geeft de inrichting van de ruimte de kinderen een geborgen en veilig gevoel en aan de andere kant moeten de kinderen zich er ook kunnen ontplooien en uitgedaagd voelen om ontdekkingen te doen. Het kleine kind is nog heel open en ontvankelijk voor zijn omgeving; het kan zich nog niet afsluiten voor indrukken uit die omgeving. Alles wat er gebeurt, neemt het via de zintuigen in zich op. Daarom is de kinderopvangruimte rustgevend van kleur. De ruimte is zo ingericht dat deze uitnodigt tot spelen. Er is een keukentje, een klimtoestel, ruimte om te bewegen, een bank om uit te rusten of boekjes te lezen en voldoende spel en ontwikkelingsmateriaal.

Centraal staat een ronde tafel waar de kinderen gezellig met zijn allen aan kunnen zitten. De ronde tafel zorgt ervoor dat elk kindje dezelfde “positie” aan tafel heeft. Zo kunnen wij gezellig de maaltijd met elkaar delen. De kleinste kinderen hebben kinderstoelen, zodat ze op de juiste hoogte aan tafel zitten. Wij stimuleren een kind om gebruik te maken van een ruimte door het kind de gelegenheid te bieden voor eigen initiatief; het kind mag zelf bepalen waarmee het speelt. Hij/zij respecteert de keuze van het kind; evenwicht te bieden tussen veiligheid en uitdaging; een vertrouwde en bekende sfeer te creëren; duidelijke afspraken te maken over omgangsvormen en gedragsregels in verschillende ruimten. Afspraken en instructies worden in een begrijpelijke taal gegeven. Ongelukjes en “bijna” ongelukjes worden nabesproken.

In en met de groep

De kinderen krijgen vanuit de gezamenlijke sfeer ook begrippen aangeleerd op het gebied van regels en gewoontevorming zoals: tafelmanieren (bijvoorbeeld blijven zitten tot iedereen klaar is), hygiëne (handen wassen) en omgangsregels (rekening leren houden met andere, jongere kinderen in de groep). Kinderen vinden de dagelijkse activiteiten heel plezierig en het schept een band tussen de kinderen en de begeleiding. Het leren functioneren in een groep is belangrijk voor een evenwichtige ontwikkeling. Het is belangrijk dat kinderen van jongs af aan leren hoe met een ruzie om te gaan en deze op te lossen. dat betekent in de praktijk dat we in eerste instantie een afwachtende houding hebben en kijken of de kinderen het zelf kunnen oplossen. Als dit niet lukt, vragen we wat er gebeurd is en proberen we een oplossing te vinden. Belangrijk is dat ieder kind gehoord wordt.

Wij dragen zorg voor een individueel kind in groepsverband door persoonlijke aandacht aan een kind te geven; activiteiten aan te bieden waarmee een kind zichzelf op onderscheidende wijze kan laten zien; te werken in kleine groepjes. Wij kunnen de groep gebruiken als sociale leeromgeving. Dit kunnen wij doen door ervaringen te delen met anderen. Kinderen leren van elkaars gedrag; kinderen leren om te gaan met gewenst en ongewenst sociaal gedrag in relatie tot anderen; kinderen het gevoel te geven dat ze hun gevoelens mogen uiten; kinderen te leren om deel van een groep te zijn. Dit betekent leren delen, wachten, aanpassen, accepteren, respecteren, incasseren, leiderschap, kleinste of grootste, jongste of oudste zijn.

Wij stimuleren het kind om in overleg te treden met de andere kinderen in de groep in concrete situaties of tijdens spelmomenten. Dit bevordert ook de weerbaarheid van een kind. Wij stimuleren de kinderen om samen te werken, samen dingen te delen en samen te ervaren. Wij leren de kinderen om te gaan met vriendschap, kameraadschap en vijandigheid; wij beschikken over het vermogen om ons in te leven in het kind.

Corrigeren en belonen

Als kinderen met respect worden behandeld zullen zij zich in de dagelijkse regels van de groep voegen. Kleine kinderen leren voornamelijk door nabootsing en kunnen zich nog niet afsluiten voor de indrukken uit de hen omringende wereld. Kinderen treden de wereld met belangstelling tegemoet. Wij zijn ons bewust van onze voorbeeldfunctie. We werken vanuit eerbied en respect voor het kind. Daarbij vermijden we zoveel mogelijk ge- en verboden. Toch is het belangrijk regels en grenzen te stellen. Dit betekent houvast bieden door ervoor te zorgen dat de situatie duidelijk is en blijft voor de kinderen. Kinderen de ruimte geven om zelf dingen te ondernemen betekent niet dat alles mag. We gebruiken de spullen in de ruimte waarvoor ze zijn, zoals aan tafel gaan we zitten, we gaan er niet op staan. Soms willen kinderen dingen uitproberen die gevaarlijk zijn voor zichzelf of anderen of die de rust in de groep verstoren.

In de praktijk zullen we aangeven wat wel en niet mag, we bieden een vast dagritme en een overzichtelijk ingedeelde ruimte. Zo weten kinderen waar ze aan toe zijn en kunnen ze op een veilige manier op verkenning gaan. Ongewenst gedrag zullen we zoveel mogelijk proberen om te buigen en voordoen hoe het wel moet. Onder ongewenst gedrag verstaan we bijvoorbeeld: afpakken, een ander kind pijn doen, schreeuwen. Bijvoorbeeld: een kind wat een ander kind pijn gedaan heeft leren we om het weer goed te maken en “sorry” te zeggen. Corrigeren is soms nodig maar kinderen leren het meest door het zien van gewenst gedrag en het ervaren van een positieve benadering. Het is van groot belang dat kinderen het goede voorbeeld krijgen. Positief gedrag belonen we enthousiast. We benaderen verschillende kinderen op een verschillende manier. Het verlegen kind treed je voorzichtiger tegemoet dan het extraverte kind. We helpen de kinderen problemen op te lossen als ze dat zelf niet kunnen. We gaan gezellig bij de kinderen op de grond zitten om het spel in goede banen te leiden.

activiteiten

Een kind hoeft niet altijd aan alle creatieve activiteiten mee te doen. Een kind doet wel mee aan de eetmomenten. Bij activiteiten worden kinderen wel gestimuleerd om mee te doen, het kind wordt uitgedaagd en geprikkeld. Wij bieden steun aan een kind tijdens en activiteit door de activiteit aantrekkelijk te maken, zodat het kind wordt uitgedaagd; te troosten en te helpen; spelmomenten te bevestigen en te bewaken (kinderen zelf laten spelen en op afstand toezien); aan- en in te voelen hoe het kind zich voelt en daarop actie te ondernemen. Om kinderen optimaal te betrekken tijdens activiteiten zullen wij activiteiten aanbieden die aansluiten op ontwikkeling en behoeften van het kind; activiteiten aanbieden die herhaling combineren met uitdaging; activiteiten op het juiste moment en op de juiste plaats aanbieden; kinderen van elkaar laten leren en elkaar laten helpen. Wij stimuleren het kind door een omgeving te creëren waarin het kind zich veilig en op zijn gemak voelt; positief gedrag te benoemen; adequate en functionele instructies te geven; in te spelen op grapjes, humor, “gek”doen en “stout” zijn; in te gaan op initiatieven van een kind; gevarieerde activiteiten aan te bieden. Hij/zij laat het kind zelf initiatief nemen. Wij bieden steun en hulp bieden aan een kind door te oefenen, bevestigen, steunen, troosten, helpen, begeleiden, inleven en stimuleren; op een positieve manier en toon iets tegen een kind te zeggen; een kind te helpen bij het ontdekken van eigen vaardigheden; duidelijkheid te geven door grenzen te stellen. Hierdoor krijgen de kinderen de kans op individuele leermomenten, zelfoverwinning en zelfstandigheid en redzaamheid te ontplooien

Spelmatriaal

Kinderen kunnen en mogen zelf kiezen waarmee ze willen spelen. Kinderen ruimen mee op en krijgen daarvoor instructie. Wij geven steun en begeleiding bij het omgaan met het spelmateriaal door samen met een kind te gaan spelen en afwisselend spelmateriaal aan te bieden. Spelmateriaal sluit aan bij het individuele kind doordat het de ontdekking van eigen persoonlijkheidskenmerken stimuleert; het verschillende emoties oproept; het past bij de leeftijd, ontwikkelingsfase en mogelijkheden van een kind; het ontwikkelingsgebieden van zelfstandigheid en zelfredzaamheid bevordert; het veilig is en voldoet aan de wettelijke veiligheidseisen. Spelmateriaal kan aanzetten tot spel en exploratie doordat het spannend, uitdagend, interessant en vertrouwd is; het momenten van overleg en communicatie stimuleert; het eigenschappen heeft die leiden tot individueel spel en samenspel; het aanzet tot ontdekken, grenzen verkennen en overwinnen.

Communicatie

Het contact met de ouders is erg belangrijk. Bij het brengen en halen van de kinderen er ruimschoots gelegenheid is voor het uitwisselen van informatie. Het is van belang elkaar op de hoogte te stellen van de dagelijkse dingen, maar ook over de aanpak van het kind. Daarnaast maken wij gebruik van een bijzonderheden lijst waarop op bijgehouden. Hebben de kinderen een heen-en-weer schriftje waarin we een kort verslag doen van de dag en eventuele bijzonderheden melden. Ook de ouders kunnen hierin bijzonderheden en leuke gebeurtenissen in schrijven. Zowel de ouders als wij kunnen het initiatief nemen om wat uitvoeriger over het kind te praten. Regelmatig brengen we een nieuwsbrief uit die aan alle ouders wordt uigedeeld (per email of in papieren versie) wordt verstuurd. Daarnaast verwijzen we naar onze website waarop alle informatie, evenals actueel nieuws te vinden zijn.

Hygiëne

Bij kinderopvang Ieniemini werkt iedereen dagelijks samen om de leefruimte schoon en gezellig te houden. De kinderen en het team dragen binnen pantoffels. Na het buiten spelen, na een toiletbezoek en voor het aan tafel gaan wast iedereen de handen. Na het fruit eten in de ochtend en voor het slapen gaan krijgen de kinderen een schone luier of gaan ze naar het toilet. Ook na het slapen worden de kinderen verschoond. Na het verschonen van elk kind worden de handen gewassen en de commode gedesinfecteerd. De regels rondom het handenwassen, toiletbezoek en de hygiëne rond de verschoonplekken is vastgelegd in een protocol, alle teamleden nemen de hierin vastgelegde afspraken ter harte.

Zindelijkheid

We beginnen met zindelijkheid als het kind aangeeft hier aan toe te zijn of wanneer de ouders er thuis mee zijn begonnen. Vaak is het zo dat een kind ook naar het toilet wil als hij ziet dat een ander kind dat ook doet, ook al is hij er thuis nog niet aan toe. Dat mag natuurlijk altijd. Een kind moet zelf willen en zal nooit gedwongen op wc gezet worden.

Het gebruik van spenen, knuffels en flesjes

Het blijkt dat veel kinderen behoefte hebben aan een speen of een vertrouwde knuffel. Dit kan troost bieden wanneer een kind een moeilijk moment heeft of bij het slapen gaan. Ouders kunnen de speen en knuffel meegeven voor in bed of moeilijke momenten. Wanneer het kind weer gaat spelen leggen we de speen in het bedje. Voor een goede ontwikkeling van het mondgebied laten we de kinderen, zodra ze het kunnen, drinken uit een beker.